Quiche quarantaine #04: duck and cover met bloemkool en broccoli

Zonder dat te hebben afgesproken, begon ons ganse huishouden hier vandaag pas ruim na 11u verticaal te leven. Ook al zijn we vannacht gezien de uitzonderlijke tijden en het caféverbod niét verzeild in de Charlatan of blijven plakken in het onvolprezen buurtcafé ’t Floere Foefke alwaar we onder normale omstandigheden op zaterdagavond Orval-gewijs weer eens de wereld zouden hebben verbeterd (omdat het weer eens nodig bleek). Maar zelfs zonder zware zaterdagavond, moet er blijkbaar op zondag worden uitgeslapen. Er zijn dus gelukkig wél nog constantes.

Gewapend met een halve liter koffie, nam ik dan maar een laat ontbijt op de zonovergoten oever van de Korenlei, met uitzicht op de Graslei. In deze terrasloze lente is een goed functionerende koffiethermos uw beste vriend. Een isoleerkan, om correct Nederlands te gebruiken. Het woord kon niet toepasselijker zijn dezer dagen. Onder het gotisch ritmespel van de prachtige gevels patrouilleert traag en geruisloos om de tien minuten een combi van de politie, al stelde er zich in de verste verte geen probleem. Onder normale omstandigheden bulkt het hier – en zeker met zo’n helderblauwe hemel – van de toeristen. Vandaag tel ik nog acht mensen, verspreid over de beide kaaien van de middeleeuwse haven. Daaronder ook twee fietskoeriers van Takeaway die in een steenkolenengels een bevlogen discussie aan het voeren waren over stamcellentechnologie, twee jongens die in elkaars armen lagen, één meisje dat ernstig aan het studeren was, een architect die van de kalmte gebruik maakte om de gebouwen eindelijk goed te kunnen fotograferen én iemand die naar een cluster verroeste fietsen aan het staren was – de voorlopig laatste vangst uit de rivier.

Om de hoek, in de Drabstraat, valt mijn blik op de rol toiletpapier die al jaren aan de zijkant van het Design Museum staat. Het object staat terecht achter slot en grendel, voor het geval iemand er mee aan de haal zou gaan. Ik stel voor dat we dit binnenkort omdopen tot Monument voor de Onbekende Hamsteraar.

Thuisgekomen, doet het me grijpen naar een hoogst vermakelijk boek dat bij ons als wc-lectuur in het kleinste kamertje ligt: “Bum Fodder. An Absorbing History of Toilet Paper” – een ondertitel met minstens zoveel lagen als een pak Scottex. Daarin staat het waargebeurde verhaal te lezen van de onfortuinlijke bemanning van de U.S.S. Skipjack, een Amerikaanse onderzeeër, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Commandant J.W. Coe plaatste in juli 1941 een bestelling voor 150 rollen toiletpapier voor zijn duikboot. Maar die bestelling kwam terecht in de administratieve mallemolen, waardoor de bemanning liefst elf en een halve maand lang zonder toiletpapier ten strijde zou moeten trekken. En 200 meter onder onder water waren er ook toen geen supermarkten te vinden.

In een zeer sarcastische brief aan de Amerikaanse Marine-administratie schreef commandant Coe dat zijn bemanning zich dan maar beholpen had met “niet-essentieel papierwerk”. Toen de duikboot in 1944 finaal terug aanmeerde, werd de bemanning bedolven onder als serpentines gegooide wc-rollen. Zelfs de muziekkapel die hen stond op te wachten was feestelijk uitgedost met vlinderstrikjes uit toiletpapier. Het valt hier al bij al dus nog mee.

In de daaropvolgende Koude Oorlog hadden de Amerikanen een nogal naïeve strategie om het gevaar van een onzichtbare vijand (in dit geval: de straling van de atoombom) te ontwijken: Duck and Cover, oftewel bukken en dekking zoeken. Met tekenfilms en voorlichtingsvideo’s allerhande werd schoolkinderen bijvoorbeeld aangeleerd dat ze in voorkomend geval zo vlug mogelijk onder hun lessenaar moesten kruipen… In essentie is onze Belgische “lockdown light” een beetje gelijkaardig, zij het dat ze efficiënter is om een hardnekkig virus bij zijn nekvel te grijpen, dan om de radioactieve straling van een massavernietigingswapen tegen te gaan.

Bij mijn wandeling vandaag werd ik door duck & cover geïnspireerd, maar dan net iets anders geïnterpreteerd. Eerst iets over het gedeelte “duck“.

Ik begin de laatste dagen zo stilaan een lichtbruin vermoeden te krijgen dat de eenden de mensenarme stad zo stilaan aan het overnemen zijn. Werkelijk overal komen ze, kwakend van assertiviteit, de Leie uit gewaggeld om de publieke ruimte te verkennen. Voorlopig kunnen we nog niet spreken van een vijandige overname. We zullen de volgende dagen de situatie aandachtig moeten opvolgen. Maar wees voorzichtig. De enige eend die ik ooit persoonlijk van dichtbij heb meegemaakt, was Alfred Jodocus Kwak: een eend die een rode sjaal droeg en – nota bene – geadopteerd was door een mol, gehuld in een salopette en een gele bouwhelm en die onder de naam Henk door het leven ging… Ik stond er als kind al hoogst wantrouwig tegenover.

Nu vlug iets over de “cover“.

Ik had – gezien de nog steeds kille temperaturen – besloten tot het maken van een gratin van een kwart bloemkool en een halve broccoli, want die lagen mij nu al drie dagen verwijtend van amputatie aan te gapen telkens ik de koelkast durfde openen. Een gratin blijft de beste cover-up-operatie voor verslenste groenten. Wat aardappelpuree als basis, daarop de gekookte groente en wat Gelderse rookworst erbij, om te worden overgoten door een rijke kaassaus. Duck and cover als guilty pleasure. De ultieme troostkost voor een luie zondag. Dit heerlijk dampende ovengerecht smaakt gewoon als een Nederlandse Unox-tv-reclame uit de jaren 1980 (toen er nog binnengrenzen waren in de Europese Gemeenschap). Het levert het vuurtorengevoel bij uitstek. Ook al heeft mijn vuurtoren dezer dagen de vorm van een isoleerkan aangenomen.