Stilte in een Frans spookdorp

We waren in Frankrijk, in de buurt van Limoges dat onder andere bekend is voor zijn porselein. Een wegwijzer lokte ons naar Oradour-sur-Glane. In Frankrijk een naam die naar zwavel geurt. Ik wou er eigenlijk al lang eens naartoe.

Oradour is nochtans niet een plaats waar je als toerist met plezier koers naar zet. Het dorp werd op 10 juni 1944 door een bataljon van de Waffen-SS volledig uitgebrand, nadat de inwoners waren vermoord. Het was vier dagen nadat de Geallieerden succesvol geland waren op de stranden van Normandië. Het jaar van de bevrijding van het door de nazi’s bezette continent werd zo ingezet. De Duitse pantserdivisie repte zich naar Normandië om die tegen te houden. Maar niet voor ze in Oradour halthield. Oradour werd het doelwit van een vergeldingsactie tegen het Verzet. De mannen werden gescheiden van de vrouwen en kinderen. Elk apart werden gefusilleerd, dan wel opgesloten in de kerk die tot ontploffing werd gebracht. Slechts enkele uren tijd waren nodig om 642 slachtoffers te maken. Slechts 6 personen hebben dit bloedbad overleefd.

Het dorp staat er vandaag nog steeds bij zoals het die noodlottige zaterdag in juni 1944 werd achtergelaten. Gevelruïnes geleiden je langs de ooit zo levendige dorpsstraten. Op de tramsporen rijden geen wagons meer. De uitgebrande karkassen van wagens staan op de straten van het dorp geparkeerd. Een verroeste naaimachine staat in een voortuintje. Dit is een spookdorp waar de stilte al 75 jaar burgemeester is. Daar manen de vele bordjes met “SILENCE” toe aan – eigenlijk een overbodige wenk op deze plek.

Bij elk huisnummer staat aangegeven wie er woonde. Het was een typisch Frans dorp, met een bakker en een slager, een pastoor en een onderwijzer, en ook met een architect. Die woonde in het laatste huis, in een uitloop van het dorp, in een huis dat hij duidelijk zelf had getekend: het is recenter en moderner van stijl dan de rest. De straat lag nog te wachten op veel bouwprojecten, maar verder mocht men hier niet meer komen.

Verder op ligt het kerkhof van het dorp, dat sinds 1944 overvol kwam te liggen met de slachtoffers van deze afslachting. Hier en daar staat een wegwijzer met “CIMETIERE”. Nochtans loop je hier makkelijk enkele uren constant door een dodenstad. Op de begraafplaats staan herdenkingsplaten voor de vermoorde mannen, vrouwen en kinderen. Altijd met een naam en een leeftijd. Vaak ook met een fotootje.

Later werd het dorp uitgeroepen tot martelaarsdorp. Het werd behouden zoals de nazi’s het hebben achtergelaten. Als monument voor de gesneuvelden. Als aanklacht tegen de barbarij. Een uitdrukkelijke wens van Charles de Gaulle. Het wordt ook in ere gehouden: de grasperken waren keurig gemaaid. Ik vraag me af of er ook onderhoudswerken worden gedaan aan de ruïnes zelf – het lijkt paradoxaal, maar deze tot monument uitgegroeide nachtmerrie verdient het om behouden te blijven.

Er is ook een ondergronds bezoekerscentrum met informatie en context over het dorp en zijn driest lot. Dat is ook de toegang tot het spookdorp. Nadien kan je op een steenworp daarvandaan iets drinken op een van de terrasjes van het nieuwe Oradour, dat vlakbij werd opgericht. Enigszins bevreemdend, dat wel.